Frequently Asked Questions

Wat is de FARE?
De FARE is een risicotaxatie- en behandelevaluatie-instrument voor de ambulante forensisch psychiatrische zorg.
Wat is het doel van de FARE?
De FARE is primair bedoeld voor het inschatten van de criminogene risicofactoren en daaruit voorvloeiend het actuariële en klinische recidiverisico. Op basis van de dynamische risicofactoren worden de behandeldoelen geformuleerd en geeft het recidiverisico input voor het bepalen van de intensiteit (frequentie en duur) van de behandeling. Secundair kan de FARE gebruikt worden om verandering van het recidiverisico over tijd te monitoren alsmede de behandelvoortgang.
Wat is de doelgroep van de FARE?
De FARE is ontwikkeld voor volwassen cliënten van 18 jaar en ouder die vanwege (dreigend) delictgedrag vrijwillig of gedwongen worden behandeld in een forensisch ambulante setting, waaronder de forensische poliklinieken en ForFACT.
Vanaf wanneer is het invullen van de FARE verplicht in de ambulante forensische psychiatrie?

Met ingang van 1 januari 2019 zal in elke ambulante forensisch psychiatrische instelling het invullen van de FARE verplicht zijn. De invoering van de FARE geldt vanaf 2019 om zorgaanbieders de tijd te bieden om de implementatie in een vol jaar (2018) vorm te geven. Op dit moment staan zorgaanbieders volgens de prestatie-indicatoren gids vrij een keuze te maken tussen verschillende risicotaxatie-instrumenten voor de ambulante setting. De FARE, opgeleverd vanuit een KFZ-call, biedt inhoudelijke meerwaarde en zorgt voor standaardisering in het ambulante zorgveld. Daarom heeft het Forensisch Netwerk van GGZ Nederland in de zomer van 2017 besloten om dit specifieke instrument tot norm te verheffen voor de gehele setting.

Uitzondering: Voor de poliklinieken van De Waag, Transfore, Het Dok en Kairos die meewerken aan het validatieonderzoek naar de FARE geldt dat het invullen van de FARE in 2017 al verplicht is voor nieuwe cliënten. Voor cliënten die reeds in behandeling zijn geldt dat bij hen de risicotaxatie wordt uitgevoerd zoals in 2016 gebeurde.

De FARE bestaat uit 6 statische en 11 dynamische risicofactoren. Wat houdt dit in?
Statische factoren hebben betrekking op in principe ‘onveranderbare’ kenmerken, zoals de leeftijd waarop het eerste delict werd gepleegd en het justitiële verleden. Het is gebleken dat statische factoren vooral succesvol zijn in het voorspellen van delictgedrag op langere termijn en niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn door interventie. De risicotaxatie op basis van statische factoren geeft zicht op de mate waarin crimineel gedrag onderdeel uitmaakt van de levensloop van de cliënt. Dynamische risicofactoren hebben betrekking op de persoon, het gedrag van de persoon (individuele factoren) en op diens sociale en leefsituatie (contextuele factoren). Dynamische risicofactoren zijn door interventie te beïnvloeden. De risicotaxatie op basis van de dynamische risicofactoren biedt richtlijnen voor het formuleren van behandeldoelen, waardoor veranderingen in het recidiverisico worden bewerkstelligd.
Hoe is de scoring van de FARE opgebouwd?
Alle items worden gescoord op een 5-puntsschaal (0-4) die opbouwt van potentiele bescherming (afwezigheid van risico/aanwezigheid van bescherming) naar ernstigere grensoverschrijdende gedragingen/houding of situaties (aanwezigheid van risico/afwezigheid van bescherming). In de handleiding staan bij elk item de indicatoren uitgewerkt die voor de beantwoording van het betreffende item van belang zijn. Deze zijn zoveel mogelijk ondersteund door concrete voorbeelden.
In de FARE staan geen vragen over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Waarom ontbreken deze?
De FARE is ontwikkeld om het risico op algemene recidive in te kunnen schatten. Seksueel overschrijdend gedrag is geen risicofactor voor algemene recidive (maar kan dit wel zijn voor specifieke recidive) en daarom niet opgenomen in de FARE. Als er sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag dan wordt aanbevolen om naast de FARE ook de Static/Stable/Acute (SSA) voor het inschatten van het recidiverisico bij zedendelinquenten in te vullen.
In de FARE staan vragen over het behandelverloop in forensische zorg, maar niet over het behandelverloop in een andere setting zoals de reguliere GGZ. Is dit dan geen risicofactor?
Uit onderzoek blijkt dat het verloop van eerdere behandelingen anders dan de forensische zorg in het algemeen meer zegt over de responsiviteit van de cliënt dan over het risico op recidive. Informatie over alle eerdere behandelingen is uiteraard van belang, maar lijkt vooral zinvol voor de initiële insteek van de huidige behandeling en niet voor de voorspelling van recidive.
In de FARE staan geen vragen over de mate van zelfinzicht van de cliënt op zijn eigen problematiek, terwijl dit een risicofactor lijkt voor recidive. Waarom ontbreken deze?
In de FARE zijn alle factoren opgenomen die een duidelijk verband hebben met algemene recidive. Uit onderzoek is gebleken dat de mate van inzicht die iemand heeft in de eigen problematiek niet duidelijk voorspelt of hij zal recidiveren. Daarom is dit item niet opgenomen in de FARE.
Zijn er voorwaarden die gesteld worden aan professionals om de FARE betrouwbaar te scoren?
Een betrouwbare score kan worden gegeven door professionals in het ambulante forensische veld met minimaal een hbo-opleiding, minimaal 2 jaar ervaring in het forensische veld en het forensisch denken, kennis van het Risk-Need-Responsivity (RNR)-model en minimaal 1 jaar ervaring in het verrichten van risicotaxatie. Behandelaren zonder deze kennis en ervaring dienen getraind te worden in het gebruik van de FARE of in een van de andere in Nederland gebruikte ambulante of klinische risicotaxatie-instrumenten.
Wat is het trainingsaanbod van de FARE?

FARE E-learning

Voor behandelaren die geheel voldoen aan de opgestelde voorwaarden om de FARE betrouwbaar te scoren, maar die graag een kennismaking en oefening met de FARE willen wordt er een FARE e-learning module ontwikkeld. Het is nog niet bekend wanneer deze module operationeel zal zijn.

FARE Basistraining

Er is een FARE basistraining van 1 dagdeel die gericht is op het trainen van behandelaren die niet geheel voldoen aan de opgestelde voorwaarden om de FARE betrouwbaar te scoren. Deze training is op dit moment vooral beschikbaar voor deelnemende behandelaren aan het FARE validatie-onderzoek. Mochten behandelaren een gebrek aan kennis en ervaring hebben in het forensische veld en met risicotaxatie dan is het afhankelijk van het aantal aanmeldingen mogelijk om de basistraining uit te breiden naar een volle dag.

FARE Train-de-Trainer module

Er wordt gewerkt aan een FARE train-de-trainer module waarin vertegenwoordigers van ambulante forensische zorginstellingen kunnen leren de FARE basistraining zelf te gaan geven in de eigen instelling. De eerste trainingsdag zal in het eerste kwartaal van 2018 gegeven worden met een terugkomdagdeel in het derde kwartaal.

Wanneer zijn de FARE trainingen?
Voor zowel de FARE basistraining als de te ontwikkelen FARE train-de-trainer module geldt dat er met KFZ en RINO nog gesprekken worden gevoerd over de financiële en organisatorische kant. Het aantal trainingen is afhankelijk van de vraag. In aanloop naar de implementatie van de FARE in 2018 en verplichtstelling in 2019 zullen beide type trainingen in ieder geval frequent worden aangeboden.
Waar vind ik de handleiding inclusief de items, het scoreformulier en informatie over de FARE?
Alles over de FARE, het lopende onderzoek, achtergrond- en inhoudelijke informatie is te vinden op de websites: http://fare-ambulant.nl/ en https://kfz.nl/resultaten/call-2015-38392.

 

KFZ
Kairos
Waag
Dok
Transfore
UvA
TU
YB64 Design © 2017